De bouw van een duurzame droom
Eerst een plek om te kunnen bouwen
In december 2011 begonnen we met het opzetten van een tweedehands Romneyloods, overgenomen van de roeivereniging in Deventer. We dachten dat in tien dagen te kunnen doen. Het werden tien weken.
De loods werd het hart van de bouwplaats, met een kantine, douches, toiletten en een grote werk- en opslagplaats. Ook was dit de plek waar we samen vergaderden en bouwbesluiten namen en om 11 uur koffiepauze hielden, met soep als het weer te guur was om buiten te eten.
In het voorjaar van 2012 werden de heipalen voor de eerste zestien woningen geslagen. De funderingen legden we zelf. Er werd zeven dagen per week gewerkt, onder begeleiding van drie bouwcoördinatoren. Iedere toekomstige bewoner bouwde één dag per week mee. Dagcoördinatoren ontvingen de vrijwilligers en op enkele dagen was er kinderopvang voor jonge kinderen.
Een deel van het bouwterrein zaaiden we in met gras. Dat veld was bestemd voor de bouwvrijwilligers die er hun tentje of caravan konden neerzetten. Langs de rand was plek voor de zogenoemde langkampeerders: toekomstige bewoners woonden daar in pipowagens en caravans, totdat hun huis klaar was.
Samen onze huizen bouwen
De Aardehuizen zijn niet gebouwd door een projectontwikkelaar die ons aan het einde de sleutel overhandigde. We kozen voor zelfbouw. Toekomstige bewoners, bouwcoördinatoren, vakmensen en heel veel vrijwilligers werkten samen aan de 23 woningen en het Middenhuis.
Dat betekende vier jaar bouwen, leren, bijsturen en vooral: heel veel samen doen.
Bouwen met aarde, stro en hergebruik
De Aardehuizen zijn geïnspireerd op de Earthships van architect Michael Reynolds. Hij bouwde in Amerika zijn Earthships met wat de wereld zag als ‘afval’. Van autobanden, tot glazen flessen en blikjes. Ook maakte hij veelal gebruik van de natuurlijke materialen die in dat gebied beschikbaar waren. Architect Michel Post van Orio Architecten vertaalde de uitgangspunten naar Nederlandse omstandigheden, zoals onze neerslag, temperatuur en ondergrond. Ook de Nederlandse schaarste aan bouwgrond had consequenties voor het ontwerp: blokken van 2, 3 en 4 woningen in plaats van allemaal losstaande (duurdere) huizen.
Waar mogelijk bouwden we met hergebruikte, lokale en natuurlijke materialen. Oude autobanden en aangestampte aarde, hout, stro, leem en kalk kregen allemaal een plek in de woningen.
De huizen zijn gericht op de zon en hebben een glazen zuidgevel. De zware noordwand, dikke vloeren en zware binnenmuren zorgen voor een thermische massa. Daardoor blijft een Aardehuis in de zomer koeler en in de winter warmer dan een gewoon huis. Het aarden talud aan de achterzijde van het huis en het vegetatiedak zorgen voor isolatie, een groen uiterlijk en meer biodiversiteit. De daken hebben een helling van 9 graden om de instraling van de zon optimaal te benutten.
Zo ontstond stap voor stap een bouwconcept dat zichtbaar anders is dan dat van een conventionele woning en werden onze Nederlandse Aardehuizen steeds echter.
Een bouwplaats om te leren
Zelfbouw was een bewuste keuze. We leerden tijdens het bouwen, van de bouwcoördinatoren, van vakmensen en van elkaar. Ook bijna tweeduizend vrijwilligers uit binnen- en buitenland werkten mee. Zij kwamen om bij te dragen aan dit bijzondere project, maar ook om te leren over Aardehuisbouw, strobalenbouw, helofytenfilters en leemwerk.
Tegelijk brachten ze hun eigen ervaring en vaardigheden mee. Maar ook hun eigen persoonlijkheden, bijzondere anekdotes en culturen.
Zo werd de bouwplaats een plek waar kennis werd gedeeld. En ‘s avonds rond het kampvuur klonken dankzij de vrijwilligers kleurrijke verhalen van over de hele wereld.
Van autobanden naar strobouw
Het eerste huizenblok werd in mei 2013 opgeleverd, een jaar later dan gepland. Met deze ongeplande vertraging werd het al snel duidelijk dat we het bouwproces anders moesten organiseren om voldoende tempo te maken. Dus gingen we weer rond de tafel om te kijken welke aanpassingen we konden maken om onze droom te realiseren.
Er kwamen gespecialiseerde teams voor onder andere daken, gevels, potdekselwerk, metselwerk, logistiek en techniek. Ook richtten we een eigen (non-profit) aannemersbedrijf op en huurden we voor specifieke werkzaamheden meer vakmensen in. We werden ook selectiever in de aanname van bouwvrijwilligers. Wie voor langere tijd of vaker kon komen bouwen, kreeg voorrang.
Tegelijk moesten we een aantal keuzes maken die een flinke invloed hadden op onze bouw snelheid. Zo maakten bij de laatste elf woningen de autobanden-achterwanden plaats voor een houtskelet met strobalen. Enkele lage koepels vervielen, stamplemen tussenmuren werden voortaan in kalkzandsteen uitgevoerd en de woningen werden vanaf dat moment enkel casco opgeleverd. Elk huishouden moest dus zelf de afbouw nog regelen. Voor wiens huizen nog volop in de bouw zaten was dit even een flinke aanpassing. Maar met goede moed bouwden we gestaag voort.
Hoe zien die twee manieren van bouwen eruit?
Die veranderingen waren niet alleen intern zichtbaar, maar zijn nog altijd zichtbaar in onze wijk. Twaalf woningen hebben achter een groen aarden talud een dragende muur van oude autobanden, gevuld met aangestampte aarde. De andere elf woningen hebben stro wanden. Aan de binnenzijde zijn die woningen voorzien van een extra dikke leemwand voor een temperatuur-bufferend effect, vergelijkbaar met dat van de massieve autobanden-wanden in de andere huizen.
Van bouwplaats naar woonwijk
In december 2014 werden de laatste van de 23 woningen casco opgeleverd. In juli 2015 was ook het Middenhuis klaar, het gemeenschapshuis in het hart van de wijk. De collectieve ruwbouwfase was voltooid. Maar op dat moment waren in veel huizen de kersverse bewoners nog volop bezig met de afbouw. Vloeren werden gelegd, badkamers betegeld, keukens geplaatst, binnenmuren afgemaakt met bijvoorbeeld een karakteristieke glass bottle wall en plafonds geschilderd.
Daarmee kwam een einde aan een intensieve bouwperiode waar in zo’n vier jaar tijd 23 woningen en het gemeenschapshuis werden gerealiseerd.
Wat begon als een enorme gezamenlijke klus, werd uiteindelijk de duurzame, ecologische droomwijk waarin we nu wonen. Een wijk waarin nog volop wordt gepionierd, georganiseerd en verbouwd in bijvoorbeeld onze buurtmoestuin en het gezamenlijke groen.
Nog veel meer bouwfoto's bekijken?
In vier jaar tijd is er ontzettend veel gebeurd én gefotografeerd. Blader door ons complete fotoarchief en beleef de bouw van de Aardehuizen van dichtbij.
Zelf een ecologische woongemeenschap starten?
We hebben tussen 2005 en nu een hele reis gemaakt. Tussen droom en realisatie zaten 10 jaar, en inmiddels hebben we nog eens ruim 10 extra jaren woonervaring erbij. We hopen natuurlijk dat ons pionierswerk voor anderen tijd, moeite en geld kan besparen.
Dit zijn onze 9 gouden tips voor het realiseren van jouw eigen duurzame, ecologische woongemeenschap:
- Zet in een helder plan uiteen wat je wilt realiseren. Leg vast welke daaraan ten grondslag liggende visies en besluiten je onherroepelijk acht. Nieuwkomers hebben daardoor helderheid en het voorkomt op termijn vertraging, verwarring en/of conflict.
- Vind een gemeente die echt partner wil zijn, met één (senior) contactpersoon voor alle ‘loketten’, in ons geval bood Olst-Wijhe dat.
- Zorg voor professionele procesbegeleiding in de ontwikkel- en ontwerpfases, in ons geval Katja vd Valk van BuildingCommunity.
- Denk zorgvuldig na over zaken als collectiviteit en privé-eigendom in heden en toekomst, en vindt daarbij de bijpassende juridische organisatievormen.
- Kies voor inclusieve besluitvorming en passende organisatiestructuur, zoals in ons geval consent besluitvorming en het sociocratisch kringmodel.
- Oefen jezelf als groep in technieken rond conflicthantering en verbindende communicatie.
- Werk bij werving van nieuwe leden met een goed doordacht aannamebeleid; dat voorkomt mismatches en veel energieverlies voor alle betrokkenen.
- Ga tot het uiterste in het zoeken/creëren van publiciteit, heel belangrijk in het vinden van medestanders, support en kruisbestuiving.
- En… fouten maken moed! Ze zijn onvermijdelijk en bieden - mits als zodanig verwelkomd - toegang tot verbetering van je groep, groeps- en bouwprocessen en andere output. Deel ze openlijk met anderen opdat ze ook in de toekomst elders hun nut bewijzen.