Laat ik het eerst hebben over de gewenste dieren. Natuurlijk allereerst onze hond, Bibi. Dat is al een verhaal op zich. Ik ben in het verleden twee keer heftig gebeten door honden en sindsdien vertrouwde ik eigenlijk geen enkele hond. Bibi was niet van ons, ze woonde hier op de boerderij. En toen we de yurt deze afgelopen winter na ons ijzige avontuur in Duitsland hadden opgehaald en midden in de nacht hier op de boerderij aankwamen om de yurt hier op te slaan, was mijn grote angst: straks ligt de hond op de deel als wij daar in het donker de deel op moeten om de yurt naar binnen te brengen. Bibi was daar inderdaad, maar mijn angst was totaal ongegrond. Blij kwispelend kwam ze ons verwelkomen, alsof we niet als dieven in de nacht, nog totaal onbekend voor haar, in haar verblijfplaats binnendrongen. Toen kort daarna de keuze kregen om haar (voor tijdelijk) te adopteren, was ons antwoord direct JA. Bibi is de liefste, braafste, rustigste hond ter wereld.
En dan de ezels. We kunnen de ezels zien vanuit de yurt. Het geeft je toch voortdurend een vakantiegevoel. De kinderen hebben ze al volop geborsteld, hooi gegeven, geaaid, op ze gereden. Alleen hun gebalk. Onbeschrijfelijk. Het klinkt ongeveer als een verroeste scheepstoeter of een stervende zeehond in een grieks drama. Een ezel moet toch wel het meest gefrustreerde wezen op aarde zijn. Elke keer probeert hij weer iets moois te produceren en elke keer eindigt het, totaal mislukt, in een jammerende klaagzang. Helaas zijn de ezels niet van ons en gaan ze niet mee naar ons aardehuisproject.
Gelukkig geldt dat wel voor onze Daan, zonder twijfel zeer gewenst. Daan is het leukste, mooiste, gezelligste varken dat ik ken. Groot, roodharig, met prachtige wimpers. Kun je het je voorstellen? En als je naar zijn wei loopt dan komt Daan luid knorrend aanrennen om met je te kletsen. Of voor het eten natuurlijk...
Nu hebben we sinds kort ook paarden hier. We hebben nieuwe buren gekregen, een aardehuisgezin dat met hun pipowagen naast ons is komen staan. Zij hebben hun beide paarden meegenomen en die staan een paar meter van de yurt vandaan. Zeer gewenst, vooral door onze beide dochters. Geweldig om ze te zien zitten als ze weer eens op het paard mogen rijden. Marlinde krijgt nu echt paardrijles, haar grootste wens. We hopen dat de paarden straks ook dicht bij onze wijk een plekje gaan krijgen.
Dan kom ik aan bij de haan. Een twijfelgeval. Gewenst of niet gewenst? Buiten twijfel is de haan zeer mooi, een vurige oranje rode gloed, prachtige lange staartveren. Maar als ik dan voor de zoveelste keer, voor m’n gevoel nog midden in de nacht, wakker ben geworden en niet meer in kan slapen omdat de haan een plekje vlak bij de yurt heeft uitgekozen om zijn ochtendgekukel te laten horen, dan verwens ik hem toch wel naar een plekje waar hij niet meer van terug kan komen. Nee, de haan is niet mijn grootste vriend.
En er zijn meer dieren waar ik het niet echt mee kan vinden. Al in mei kwamen de eerste vliegen. Met velen kwamen ze. Op warmere dagen zwermen ze in bosjes om je heen en vinden je neus, je handen, je blote voeten het fijnste plekje om op te landen. Toen ik ook door deze beestjes vanaf zonsopgang wakker lag omdat ze steeds precies op mijn neus wilden landen, hebben we de klamboe’s van zolder gehaald. Die klamboe’s kwamen ook goed van pas om ons te beschermen tegen de vele muggen. In dichte zwermen zie je ze rond de deur en de tarp in de rode gloed van de zonsondergang.
Begin juli ontdekten we dat we een wespennest bij de yurt hadden. Eerst dachten we nog dat we een nest in de yurt hadden, maar dat bleek niet het geval. Maar om in deze wildernis van hoog gras een wespennest te vinden bleek al gauw onmogelijk. We hebben nog even geprobeerd ’s avonds de laatste wespen te volgen naar hun nest. Maar wespen zijn net iets sneller dan onze ogen. Er zat helaas niets anders op dan wespenvangers op te hangen. Onze dochters hebben luid geprotesteerd. Maar met deze grote aantallen wespen viel niet te leven. Ik ving er wel 50 per dag.
Toen we deze zomer twee weken aan het kamperen waren in Luxemburg hebben we meerdere malen verzucht dat het er zo heerlijk rustig was. Geen wespen, geen muggen, geen vliegen, geen haan, geen ezels. Maar eerlijk is eerlijk, al deze dieren, gewenst of ongewenst, horen erbij en maakt het leven leuk en avontuurlijk. En dan heb ik die andere diersoort die hier woont, de mens, nog niet eens genoemd. We wonen hier nu al met drie gezinnen. Het begint al op een gemeenschap te lijken en dat is zeer gewenst!



